Spieren! Hoe werken ze eigenlijk?

Geschreven op 29 dec 2015 door Martin van Dongen. Dit artikel gaat over , , .

Wij CrossFitters zijn dag en nacht bezig met ons lichaam. Van supplementen tot gezond eten, voldoende nachtrust en bovenal voldoende water. Week na week vragen wij het uiterste van ons lichaam. Elke keer worden onze spieren weer maximaal ingezet. Maar hoe werken ze nu eigenlijk?

verder

Alle mensen hebben evenveel spieren. De één heeft ze echter meer ontwikkeld dan de ander. In het mensenlijk lichaam bevinden zich meer dan 600 spieren. Bijna de helft van je lichaamsgewicht bestaat uit spierweefsel. Ook het grootste gedeelte van het vlees dat je bij de slager haalt is spierweefsel. Spieren zitten overal, zelfs in je ogen en je huid. Om te lachen gebruiken we 15 spieren en als je loopt gebruik je er al snel meer dan 200. Binnen de anatomie maken we onderscheid in deze spieren. Bij het sporten gebruik je veelal je skeletspieren.

Skeletespieren

De meeste skeletspieren zijn in het midden dik en aan de uiteinden dun. Het dikke gedeelte heet de spierbuik. Deze zie je heel goed als iemand zijn “guns” laat zien ;-). We hebben het dan uiteraard over de bovenarmspier. De uiteinden van een spier bestaan uit pezen, dit zijn als het ware hele taaie witte bindweefselstroken. Pezen vormen de verbinding tussen de spier en botten of de huid. Sommige pezen zijn heel erg lang, zoals bijvoorbeeld de pezen aan de spieren waarmee je je vingers kunt bewegen. Deze spieren zitten voor een deel in je onderarm en de pezen moeten dus erg lang zijn. Je zal deze spieren en pezen in de onderarm vast wel een keer gevoelt hebben tijdens een lange WOD met deadlifts en / of toes 2 bar. Een skeletspier is opgebouwd uit spierbundels. Dat zijn bundels van lange dwarsgestreepte skeletspiervezels. Er zijn grofweg twee soorten spiervezels:

  1. Type I: rode spiervezels, slow-twitch
  2. Type II: witte spiervezels, fast-twitch

 652x0.MK_spieren

Type I vezels

Type I vezels zijn goed doorbloed en daardoor rood van kleur. Zij leveren relatief weinig kracht en snelheid, maar zijn wel lang te gebruiken voordat vermoeidheid optreedt. Zij worden ook wel slow-twitch vezels genoemd.

Type II vezels

Type II vezels zijn minder goed doorbloed en worden daarom ook wel witte spiervezels genoemd. Dit zijn vezels die voor enorm veel kracht en snelheid kunnen zorgen. Ze zijn echter wel snel uitgeput. Deze worden ook wel fast-twitch vezels genoemd.

Snelle vezels worden dus op grond van hun eigenschappen gebruikt bij kortdurende explosieve activiteiten en langzame vezels bij langdurige activiteiten. Uiteraard is het nooit zo zwart / wit. Er zal altijd spraken zijn van een overgangsfase.

In de spier zitten ook nog bloedvaten om voldoende zuurstof en voedingsstoffen aan te voeren. De bloedvaten voeren ook de afvalstoffen weer af, maar als een spier hard heeft gewerkt dan hopen deze zich op. Dit geeft een gevoel van vermoeidheid. Doormiddel van actief herstel of door het gebruik van een foam roller of lacrosse bal kan dit gevoel verzacht worden.

Hoewel er individuele verschillen zijn, hebben duursporters gemiddeld een hoger percentage langzame vezels, terwijl sprinters een hoger percentage snelle vezels hebben. Door gerichte training kan zowel de spiermassa toenemen (hypertrofie) als de verdeling snelle en langzame vezels in een bepaalde richting beïnvloed worden. Het aantal spiercellen neemt niet meer toe.

hoofdstuk-39-audesirk-7-728

De werking van de spier

Een spiervezel is weer opgebouwd uit allerlei kleinere delen: myofibrillen genoemd. In deze myofibrillen liggen laagjes actine en myosine. Het samentrekken van de spieren, ofwel de spiercontractie, wordt veroorzaakt door het ineenschuiven van actine en myosine. Na een zenuwprikkel grijpen actine en myosine in elkaar vast en schuiven over elkaar heen. De spiervezel wordt korter met als gevolg dat je gaat bewegen.

Het activeren van spieren middels zenuwprikkels noemen we innervatie. Sensorische zenuwen sturen informatie van uit de zintuigen en de spieren zelf naar de hersenen. Hier wordt de verkregen informatie omgezet in een prikkel die moet leiden tot een beweging. De prikkel vanuit de hersenen naar de spieren verloopt via motorische zenuwen. Bijvoorbeeld: Je komt de box binnen lopen en je ziet een barbell liggen. Je ogen nemen dit waar en sturen een seintje via een sensorische zenuw naar de hersenen. Vanuit de hersenen gaat er nu een zenuwprikkel via een motorische zenuw naar de spieren in je lichaam. De spieren gehoorzamen en trekken zich samen. Waardoor jij vooruit gaat en de barbell oppakt alsof het niets is.

Door zenuwprikkels ontstaat er dus een spiercontractie. De spier verkort en trekt aan de twee botstukken waaraan deze is vastgehecht. Botstukken zijn met elkaar verbonden via een gewricht en een aanhechtingsplaats over het gewricht om daarmee de twee botstukken ten opzichte van elkaar te kunnen bewegen. De spier die samentrekt (en dus trekkracht levert) heet de agonist. Spieren kunnen alleen trekken en niet duwen. Daarom werken spieren vaak samen. De spier die ontspannen meegeeft, waardoor de agonist optimaal kan verkorten, heet de antagonist. De agonist en antagonist die samenwerken zijn een spierkoppel. In je arm bijvoorbeeld zijn de biceps (buigen in de elleboog) en triceps (strekking van de elleboog) een koppel. Als de een kracht moet leveren, moet de ander juist ontspannen en meegeven.

Een spier kan kracht leveren waarbij de spierlengte korter wordt. Dit is een zogenaamde concentrische contractie. Wanneer je bijvoorbeeld een gewicht wat je vasthoudt naar je schouder toe brengt, werkt de biceps (armbuiger) concentrisch. Als je ditzelfde gewicht weer laat zakken levert de biceps zogenaamde excentrische kracht. Hij wordt langer maar levert desondanks kracht. Immers zou de biceps, als armbuiger, geen kracht leveren dan zou je arm als gevolg van het gewicht in een keer gestrekt worden.

Je kunt ook nog je spieren spannen zonder dat dit tot beweging leidt. Deze samentrekking heet statische contractie. Vaak  zijn dit je houdingsspieren. Als je gewoon rechtop staat moet je al veel spieren spannen, omdat je ander om zou vallen. Ook tijdens sporten leveren spieren statische kracht. Dit zie je erg goed tijdens een “hollow rock” of “superman hold” om een voorbeeld te noemen.

Het spieren stelsel

Voor een nog uitgebreidere uitleg hier een lesje biologie op de CrossFit manier..kort, hard en snel 😉